Advies en uitvoering in één hand

Vluchtelingen stresstest voor onze samenleving

Op weg naar Samos

Op weg naar Samos

Hoeveel asielzoekers kan mijn buurt aan?

Het verhaal van Tatjana

7 januari 2016 – De terugblikken op 2015 van journalisten en conferenciers laten er geen twijfel over bestaan: een deel van de Nederlandse samenleving is bang en boos over de toestroom van de vluchtelingen in het afgelopen jaar. Televisiebeelden van woedende mensen die de komst van een AZC in hun buurt/gemeente willen tegenhouden – Oranje, Steenbergen, Geldermalsen – maken duidelijk dat we dit sentiment in de samenleving niet kunnen negeren. Dat geldt eveneens voor die humanitaire ramp aan de grens van Europa, die de vluchtelingen hier naartoe gedreven heeft. Ik vind dat je je ogen daar niet voor kunt sluiten. Zo wordt de komst van de vluchtelingen niet alleen een stresstest voor de Nederlandse samenleving als geheel, maar ook voor de binnenlandse solidariteit. Wat gaan we er met elkaar aan doen?

Vluchtelingen in Den Haag

Dinsdag 15 december jl. organiseerde Writers Unlimited een discussie in de Haagse Openbare Bibliotheek over de vraag: hoeveel asielzoekers kan mijn buurt aan? Deelnemers waren Wim Willems (migratiehistoricus), Shervin Nekuee (socioloog) en Margriet ten Hove (VluchtelingenWerk). Het was een geslaagde avond, met o.a. antwoord op:

  • Wat zijn geschikte buurten voor opvanglocaties?
  • Wat hebben vluchtelingen nodig om vooruit te komen?
  • Waarom zijn er zoveel jonge mannen onder de vluchtelingen?
  • Wanneer gaan ze terug?

In mijn directe familie heb ik vier huwelijksmigranten. Mijn Oekraïense schoonzus Tatjana kwam mee met een politieke vluchteling in de jaren negentig. Ze was toen zwanger. Haar kennismaking met de Nederlandse samenleving begon in het AZC in Zeewolde. Het leven daar was erg sober, vertelt ze: “Je had altijd trek – geen honger, dat is iets anders – maar altijd trek. Veel vluchtelingen zijn thuis twee warme maaltijden per dag gewend. Dan is het echt wennen aan het Nederlandse eten – bruine boterhammen met een plakje kaas en een plakje worst.” En: ‘We kregen wel zakgeld, maar dat was net genoeg voor dingen die je echt nodig had, tandpasta bijvoorbeeld.’

Opvang in migrantenwijken: beter van niet

Boven de tafel met de sprekers hangt de kaart van Den Haag. De prikkelende vraag luidt: welke buurten zijn het meest geschikt voor de opvang van asielzoekers? Shervin Nekuee, zelf als 19-jarige asielzoeker naar Nederland gekomen, is daar heel duidelijk over: ‘Elke wijk die aandacht en begeleiding kan bieden, is goed. Voor een vluchteling is het belangrijk dat er iemand naar hem omkijkt.’ Daarom zijn sociaal zwakkere wijken minder geschikt. Die mensen hebben het zelf al moeilijk genoeg.

De hulp komt van de hogere middenklasse. Margriet ten Hove: ‘Die trekt zich het lot aan van de vluchtelingen. Een mooi voorbeeld is de wijk Bezuidenhout. Daar hebben zich inmiddels 500 (!) vrijwilligers aangemeld.’ Toch komen asielzoekers juist in migrantenwijken terecht, omdat daar goedkope woningen beschikbaar zijn.

Na zes maanden in het AZC kregen Tatjana en haar toenmalige man een woning aangeboden. Een dag na de verhuizing kreeg ze een kind. Vrijwilligers richtten de lege woning in terwijl zij nog in het ziekenhuis lag. Deze mensen werden haar ‘Nederlandse ouders’. Ze stonden altijd klaar om te helpen.

Maatwerk noodzaak

Ook grootschalige opvang is niet handig. Dan krijg je te veel mensen tegelijk en dat voelt alsof je buurt wordt overgenomen. Het is veel beter als mensen in kleine groepjes komen, want dan is de kans groter dat ze worden opgenomen door de buurt. Het gaat erom dat er persoonlijke contacten ontstaan. Margriet ten Hove: ‘Het is echt maatwerk.’

Op dit moment zijn er grote aantallen vluchtelingen tijdelijk ondergebracht in het ministerie van SZW. Iemand uit het publiek vertelt dat zij daar vlakbij woont en nauwelijks mensen buiten ziet. Ze vraagt: ‘Hoe gaat het nu met ze?’ – Een hulpverlener antwoordt dat het goed gaat, dat de accommodatie voldoet en dat de mensen tot rust gekomen zijn.

Offer van het thuisfront

Shervin Nekuee legt uit waarom er zo veel jonge mannen onder de vluchtelingen zijn: ‘Zij willen zo snel mogelijk aan het werk, zodat ze geld kunnen verdienen voor hun familie die ze achtergelaten hebben in onveilige omstandigheden. Denk eens aan het offer dat het thuisfront heeft gebracht door hen te laten gaan. Zij komen hier helemaal niet om hun hand op te houden. Hoe sneller zij aan de bak kunnen, hoe beter. De taal leren, werk zoeken. Deze jonge mensen zitten vol energie. Doe een beroep op hun adrenaline, hun pioniersgevoel. En nee, het zijn echt niet allemaal hoger opgeleide programmeurs. Er zitten ook veel vakmensen onder, die een eenmanszaak willen beginnen.’

In het AZC was niets te doen. Zodra haar man en Tatjana een woning hadden gevonden, kon ze Nederlandse les gaan volgen: twee jaar lang, zo’n vijf uur per dag. Dat vond ze heel erg leuk, gezellig. Ook deed ze een aanvullende opleiding. Ze leerde vloeiend Nederlands spreken en vond uiteindelijk een vaste baan. Later kwam ze mijn broer tegen. Inmiddels hebben zij samen een gezin. Haar Nederlandse ‘ouders’ ziet ze nog steeds.

Mythe van de terugkeer

Het vluchtelingenvraagstuk is omgeven door hardnekkige misverstanden. Een daarvan is dat de mensen teruggaan zodra het thuisland veilig is. Wim Willems: ‘Dat is een mythe. Veel mensen blijven als ze hier eenmaal zijn. Dat gold voor de Surinamers, de Turken en Marokkanen, en straks ook voor de Syriërs en Eritreeërs.’

Een hulpverlener uit het publiek haakt daarop in met een voorbeeld van Bosnische vluchtelingen die halverwege de jaren negentig kwamen, toen de oorlog in het voormalig Joegoslavië uitbrak. Ze vertelt: ‘Hun kinderen doen het ge-wel-dig. Die kregen meteen onderwijs en werken keihard om iets van hun leven te maken.’

2016

Komend jaar zal uitwijzen of we erin slagen met elkaar een perspectief aan de vluchtelingen te bieden, zonder dat binnenlandse groepen in de samenleving zich hierdoor benadeeld voelen. Dat is een uitdaging voor lokale bestuurders. Op internationaal niveau zullen de politici er wat mij betreft alles aan moeten doen om een Europees antwoord hierop te vinden. Daar hangt heel veel van af.

Ik ga zelf beginnen als taalvrijwilliger. Met de zegen van Tatjana.

Blog overzicht